
Eucalyptus smithii: de mythe van de kindvriendelijke eucalyptusolie

Foto (c) Diana Polekhina @ unsplash.com
Eucalyptus smithii wordt in de aromatherapie vaak gepromoot als een “milde”, “kindvriendelijke” eucalyptussoort geschikt voor gebruik bij jonge kinderen. In dit artikel stel ik de grote “waarom”-vraag.
Twee mogelijke pistes zijn het onderzoeken waard. Zou E. smithii een lager gehalte aan 1,8-cineool (eucalyptol) bevatten dan andere eucalyptol-houdende essentiële oliën? Vervolgens, zou E. smithii een “milder”, zachter geurprofiel bieden?
↓ Vind je inspiratie in dit artikel? Deel een reactie onderaan dit artikel.
→ Heb je een topic dat je graag op de Aroma Blog wil lezen, stuur me een e-mail: hello@geertdevuyst.be
Dit is een artikel voor lezers “Opgeleid of ervaren”. Dit artikel is niet bedoeld als vervanging voor professioneel medisch advies, diagnose of behandeling. Lees de Algemene Voorwaarden. Start je met essentiële oliën, lees dan de Voorzorgsmaatregelen.
Samenvatting
In de aromatherapiepraktijk en in de handel wordt Eucalyptus smithii vaak aangeprezen als de “mildste” of “kindvriendelijkste” eucalyptussoort. Dit artikel onderzoekt twee mogelijke verklaringen voor deze bewering: een verondersteld lager gehalte aan de terpeenoxide 1,8-cineool (eucalyptol) en een geclaimd “milder” of zachter geurprofiel.
1,8-cineool (eucalyptol)
Eucalyptus smithii bevat vergelijkbare of zelfs hogere 1,8-cineoolconcentraties (70–86%) dan E. radiata essentiële olie (63–76%) en aanzienlijk hogere concentraties dan Ravintsara essentiële olie (50–70%). Uit een vergelijking binnen het Eucalyptus geslacht blijkt dat E. smithii in samenstelling niet noemenswaardig afwijkt van andere eucalyptusoliën die rijk zijn aan cineol.
Geurprofiel
Hoewel E. smithii in de handel vaak wordt beschreven als een zachtere, mildere geur dan andere Eucalyptus essentiële oliën, wordt dit organoleptisch verschil niet beschreven in sensorische evaluatiestudies. Een mogelijke verklaring is te vinden in de concentraties van de voornaamste moleculen en hun verschillen in dampspanning die zich vertalen in een andere evolutie van top- naar hartnoten. Volgens dit schema is de “mildere” geur van E. smithii een voorbijgaand fenomeen van de eerste minuten, veroorzaakt door lager α-pineengehalte. Deze sensoriële beschrijving heeft mogelijk geleid tot de aanname dat een mildere geur een veiligere olie betekent. De sensoriële indruk correleert echter niet met toxicologische veiligheid.
Besluit
Door het hoge 1,8-cineoolgehalte zit E. smithii, ondanks een eventuele zachtere openingsgeur, evenzeer in de gevarenzone voor jonge kinderen als andere eucalyptolhoudende essentiële oliën. Door hun toxiciteit horen terpeenoxiden zoals 1,8-cineool niet thuis in de natuurlijke kinderapotheek.
Het risico
In de aromatherapiepraktijk en in de handel wordt Eucalyptus smithii vaak geprezen als de “mildste” eucalyptussoort. Deze reputatie heeft geleid tot aanbevelingen voor gebruik bij jonge kinderen. E. smithii wordt daarin voorgesteld als een veiliger alternatief voor Eucalyptus globulus, Eucalyptus radiata of Ravintsara essentiële oliën.
Het risico op neurologische en respiratoire bijwerkingen, vooral geassocieerd met de terpeenoxide 1,8-cineool (eucalyptol), vormt het voornaamste aandachtspunt bij het gebruik van eucalyptusoliën bij jonge kinderen. Laryngospasmen (hoewel omstreden), convulsie en depressie van het centrale zenuwstelsel (CZS) na ingestie of nasale instillatie (het druppelsgewijs toedienen in de neusholte) van cineoolrijke oliën behoren tot gerapporteerde toxische nevenwerkingen.
Het EMA-beoordelingsrapport over Eucalyptus globulus Labill., Eucalyptus polybractea R.T. Baker en Eucalyptus smithii R.T. Baker noteert de volgende absolute contraindicaties (2024, draft revisie 1; absolute contraindicaties voor Indicatie 1 in sectie 4.3: hoestverlichting bij verkoudheid):
- Overgevoeligheid voor eucalyptusolie (zijnde de gehele essentiële olie) of 1,8-cineool (de molecule);
- Kinderen tot 24 maanden, via alle toedieningsroutes, omwille van een risico op laryngospasme;
- Kinderen met een voorgeschiedenis van convulsies, zowel febriële convulsies (koortsstuipen) als niet-febriële convulsies;
- Bij gebruik als badwater citeert het rapport: grote huidletsels en open wonden, acute huidziekten, hoge koorts, ernstige infecties, ernstige circulatiestoornissen en hartfalen. Dit moet dus in context gelezen worden: het gebruik als eucalyptusoliën in badwater is in de aromatherapie absoluut uitgesloten.
Verder formuleert het rapport aan aantal voorzorgsmaatregelen (sectie 4.4) die tot de algemene voorzorgsmaatregelen van de aromatherapie behoren.
Een studie in Epilepsy Research uit 2021 bracht nieuwe antwoorden op de vraag of Eucalyptus essentiële oliën een epilepsieaanval of insult (Engels: seizure) kunnen veroorzaken (Mathew, et al., 2021). In het artikel Toxiciteit van Eucalyptus en eucalyptol-houdende essentiële oliën (Aroma Plus) bespreek ik de toxiciteit van Eucalyptus en eucalyptol (1,8-cineool, 1,8-cineol; C10H18O)-houdende essentiële oliën (EO) en formuleer ik richtlijnen voor gebruik.
Pistes
Gehalte aan 1,8-cineool
Een vergelijking van gepubliceerde GC-MS analyses van verschillende eucalyptussoorten toont aan dat E. smithii vergelijkbare of zelfs hogere concentraties 1,8-cineool bevat dan E. radiata en Ravintsara essentiële olie (Cinnamomum camphora ct. cineool).
Eucalyptussoorten vertonen aanzienlijke chemische variabiliteit afhankelijk van geografie, klimaat, oogsttijd en plantenleeftijd. Enkele individuele E. smithii monsters kunnen lagere 1,8-cineoolgehalten hebben, maar dit is niet karakteristiek voor de soort als geheel.
De Europese Farmacopee definieert farmaceutische eucalyptusolie als afkomstig van Eucalyptus globulus Labill., Eucalyptus polybractea R.T. Baker of Eucalyptus smithii R.T. Baker, met een minimumgehalte van 70% 1,8-cineool. Deze drie soorten worden als equivalent beschouwd voor farmaceutisch gebruik. De Farmacopee kent dus geen lager 1,8-cineoolgehalte toe aan aan E. smithii.
Een Argentijnse studie over de insecticide werking van Eucalyptus essentiële oliën biedt een interessante vergelijking tussen E. smithii en E. radiata (Juan et al., 2011). De onderzoekers analyseerden bladeren van dezelfde leeftijd, geoogst op hetzelfde moment in dezelfde proefopstelling. De gecontroleerde omstandigheden geven een betrouwbare basis voor een vergelijking van de Eucaluptus soorten.
De resultaten tonen dat E. smithii 78,49% 1,8-cineool bevat, tegenover 68,36% in E. radiata. Dat is dus ruim 10 procentpunten meer. Ook het α-pineen-gehalte verschilt aanzienlijk: 4,61% in E. smithii versus 2,80% in E. radiata. Het hogere α-terpineolgehalte in E. radiata (12,44% versus 2,48%) zou theoretisch kunnen bijdragen aan een zachter geurprofiel, maar wordt volledig overschaduwd door het dominante 1,8-cineool in beide oliën.
Geurprofiel
Heeft E. smithii een “milder” geurprofiel dan andere Eucalyptus essentiële oliën?
Uit een analyse van de biochemische profielen blijkt:
α-pineen
E. smithii bevat aanzienlijk minder α-pineen (1,7–4,1%) in vergelijking tot E. radiata (11–21%) en E. globulus (7,3–11%). Alpha-pineen heeft scherpe, penetrerende, dennengeur-achtige geurnoten. Op basis van de cijfers zou dit lagere gehalte kunnen resulteren in een minder scherp geurprofiel voor E. smithii. In werkelijkheid wordt het grotendeels gemaskeerd door het zeer hoge 1,8-cineoolgehalte in alle genoemde soorten.
p-cymeen en γ-terpineen
In tegenstelling tot E. globulus (p-cymeen 7,7%; γ-terpineen 3,6%), missen zowel E. smithii als E. radiata significante hoeveelheden p-cymeen en γ-terpineen. Deze moleculen dragen bij aan een medicinaal, kruidig en scherp karakter. Het ontbreken hiervan zou E. smithii en E. radiata beide “milder” maken dan E. globulus, maar verklaart niet waarom E. smithii als milder dan E. radiata wordt beschouwd.
limoneen- en terpineol
Beide soorten E. smithii (limoneen 3,7–5,7%; α-terpineol 1,9–6,4%) en E. radiata (limoneen 5–11%; α-terpineol 10,3–12,8%) bevatten vergelijkbare verhoudingen van limoneen en terpineol, beide gekenmerkt door frisse, citrusachtige en bloemige noten. Dit toont geen significant verschil in “zachtheid” tussen deze twee soorten.
1,8-cineool
Met concentraties van 70–86% 1,8-cineool in E. smithii versus 63–76% in E. radiata wordt het geurprofiel van beide soorten volledig gedomineerd door de karakteristieke kamferachtige, medicinale geur van eucalyptol. Verschillen in minorcomponenten worden in de praktijk hoogst waarschijnlijk gemaskeerd door deze overweldigende hoofdcomponent.
Hypothesen
Drie hypothesen schetsen hoe perceptie, marketing en naamgeving de hardnekkige maar ongegronde reputatie van E. smithii als “kindvriendelijke” eucalyptusolie kunnen helpen verklaren.
Hypothese 1: perceptie van het geurprofiel
De organoleptische beschrijving van E. smithii als een “zachtere”, “mildere” olie komt uitsluitend voor in commerciële bronnen en niet-wetenschappelijke literatuur en is niet geverifieerd in gepubliceerde sensorische evaluatiestudies.
De bewering dat E. smithii “milder” ruikt dan E. radiata kan mogelijk verklaard worden door verschillen in dampspanning bij kamertemperatuur (25°C). Lees over dampspanning: Waarom verdampen essentiële oliën?
De verzadigde dampspanning bij 25°C van de voornaamste bestanddelen (in volume %) van de besproken oliën zijn:
1 – Hoge vluchtigheid (≥100 Pa bij 25°C)
α-pineen: 4,75 mmHg (633 Pa)
p-cymeen: 2,7 mmHg (360 Pa)
1,8-cineool: 1,90 mmHg (253 Pa)
limoneen: 1,60 mmHg (213 Pa)
2 – Gemiddelde vluchtigheid (10-100 Pa)
(geen componenten in deze categorie)
3 – Lage vluchtigheid (1-10 Pa)
α-terpineol: 0,04 mmHg (5,7 Pa bij 23,5°C)
4 – Zeer lage vluchtigheid (<1 Pa)
(geen componenten in deze categorie)
De impact op de geurervaring kan als volgt beschreven worden:
E. radiata (openingsfase 0-5 minuten): 12,89% α-pineen met zeer hoge dampspanning zorgt voor een scherpe, penetrerende opening; de vluchtige monoterpenen domineren de eerste geurindruk.
E. smithii (openingsfase 0-5 minuten): 4,61% α-pineen (3× minder) resulteert in een aanzienlijk lagere concentratie scherpe geurnoten; de opening is zachter door een verminderde α-pineen-verdamping.
Na 10-30 minuten (hartfase) convergeren beide oliën naar hun dominante component 1,8-cineool. Het verschil in opening verdwijnt naarmate α-pineen verdampt.
Volgens dit schema is de “mildere” geur van E. smithii dus een voorbijgaand fenomeen van de eerste minuten, veroorzaakt door lager α-pineengehalte.
De sensoriële indruk correleert niet met toxicologische veiligheid. De sensoriële beschrijving heeft mogelijk geleid tot de aanname dat een mildere geur een veiligere olie betekent. Wat een fout!
De sensoriële indruk correleert niet met toxicologische veiligheid. De sensoriële beschrijving heeft mogelijk geleid tot de aanname dat een mildere geur een veiligere olie betekent. Wat een fout! Door het hoge 1,8-cineoolgehalte in E. smithii (78,49% versus 68,36% in E. radiata in Juan et al., 2011) is E. smithii potentieel gevaarlijk voor jonge kinderen, ondanks de zachtere openingsgeur.
Hypothese 2: verwarring door de botanische nomenclatuur
De triviale naam “Gully Gum” (een verwijzing naar de natuurlijke habitat van de boom, E. smithii groeit van nature in vochtige, lage hellingen en kloven of gullies in Australië) klinkt zachter en minder intimiderend dan “Blue Gum” (E. globulus). Deze psychologische associatie kan hebben bijgedragen aan de perceptie van mildheid.
Hypothese 3: marketingdifferentiatie
Door E. smithii te positioneren als “de kindvriendelijke eucalyptus” spreekt de aromatherapiesector een niche markt aan van ouders die op zoek zijn naar veilige alternatieven voor hun kinderen.
Besluit
Eucalyptus smithii bevat vergelijkbare of zelfs hogere 1,8-cineoolconcentraties (70–86%) dan E. radiata essentiële olie (63–76%) en aanzienlijk hogere concentraties dan Ravintsara essentiële olie (50–70%). Uit een vergelijking binnen het Eucalyptus geslacht blijkt dat E. smithii in samenstelling niet noemenswaardig afwijkt van andere eucalyptusoliën die rijk zijn aan cineol.
Hoewel E. smithii in de handel vaak wordt beschreven als een zachtere, mildere geur dan andere Eucalyptus essentiële oliën, wordt dit organoleptisch verschil niet beschreven in sensorische evaluatiestudies. De bewering dat E. smithii “milder” ruikt dan andere Eucalyptus oliën kan mogelijk verklaard worden door verschillen in dampspanning bij kamertemperatuur (25°C). De “mildere” geur van E. smithii is mogelijk een voorbijgaand fenomeen van de eerste minuten, veroorzaakt door lager α-pineengehalte. De sensoriële beschrijving heeft mogelijk geleid tot de aanname dat een mildere geur een veiligere olie betekent. Wat een fout!
De sensoriële indruk correleert niet met toxicologische veiligheid. Sommige geuren waarschuwen ons om afstand te houden, maar het omgekeerde is niet waar: een zachte, aangename geur zegt niets over de toxiciteit of veiligheid van een olie. Dus een mildere of aangenamere geur betekent niet dat een olie ook veiliger is om te gebruiken. Wat we ruiken, vertelt iets over de geurbeleving, maar niets over de manier waarop de stof in het lichaam werkt of welke risico’s ze inhoudt. Door het hoge 1,8-cineoolgehalte in E. smithii (78,49% versus 68,36% in E. radiata in Juan et al., 2011) is E. smithii potentieel gevaarlijk voor jonge kinderen, ondanks de zachtere openingsgeur.
De stelling is dus ongegrond en misleidend. Het gebruik van eucalyptol-houdende essentiële oliën bij jonge kinderen is m.i. totaal onverantwoord. Dat geldt evenzeer voor oliën met een laag, gemiddeld of hoog eucalyptolgehalte.
Eucalyptol heeft een hoog toxisch potentieel. Bij inname of nasale instillatie kan eucalyptol het centrale zenuwstelsel deprimeren en convulsies uitlokken, met name bij jonge kinderen en bij personen met een convulsiegeschiedenis. Lees daarover: Toxiciteit van Eucalyptus en eucalyptol-houdende essentiële oliën (Aroma Plus)
Deze stelling past in een ruimer kader waarin de remedie afgestemd wordt op de ontvanger van de zorg. Door hun toxiciteit horen terpeenoxiden zoals 1,8-cineool niet thuis in de kinderapotheek.
Literatuur
European Medicines Agency, Committee on Herbal Medicinal Products. (2024). Assessment report on Eucalyptus globulus Labill.; Eucalyptus polybractea R.T. Baker; Eucalyptus smithii R.T. Baker, aetheroleum (Draft – Revision 1) (EMA/HMPC/320292/2023). https://www.ema.europa.eu/
Juan, L. W., Lucia, A., Zerba, E. N., Harrand, L., Marco, M., & Masuh, H. M. (2011). Chemical composition and fumigant toxicity of the essential oils from 16 species of Eucalyptus against Haematobia irritans (Diptera: Muscidae) adults. Journal of Economic Entomology, 104(3), 1087-1092.
Diverse publicaties zoals geciteerd in eerdere artikels op de Aroma Blog.
Foto (c) Diana Polekhina @ unsplash.com
Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd. Contacteer me indien je een uittreksel wenst te gebruiken.




